Speldje: Bond van het Heilig Hart 1947

Gevonden door Mario Raeymaekers

mario1

Materiaal: ?

Afmetingen: 23 mm / 17 mm

Gewicht: ?

Historische schets De 19de eeuw werd gekenmerkt door de definitieve scheiding tussen Kerk en Staat, het opkomende socialisme en de groeiende secularisering. De Kerk reageerde op deze veranderingen door een wending naar het volk. Ze trachtte steeds meer binnen te dringen in het dagelijks leven van de gelovigen. Volksmissies, retraites, broederschappen, congregaties enz. kenden een grote bloei. Om de arbeiders – de gemakkelijkste “prooi” voor de socialisten – voor de Kerk terug te winnen, werden verenigingen opgericht die in de eerste plaats een moreel-religieus opzet hadden. Ook de jezuïeten schakelden zich in deze strategie in. In 1854 bijvoorbeeld, ontstonden op hun initiatief de Xaverianenbonden. Die streefden naar een religieuze vernieuwing en verdieping bij de arbeiders, van wie ze de zelfwaardering wilden verhogen, echter zonder aandacht te schenken aan hun materiële bekommernissen. Hoewel ontstaan in een stedelijke (Brusselse) context, hadden de Xaverianenbonden slechts succes bij de plattelandsbevolking, vooral in Oost-Vlaanderen. Vanaf het einde van de 19de eeuw gingen vele van deze bonden op in de Heilig-Hartbonden die toen het licht zagen. Deze bonden waren op hun beurt gegroeid uit de arbeidersretraites die vanaf 1894 in het retraitehuis van de Gentse jezuïeten plaatsvonden. Initiatiefnemer en grote bezieler was pater Victor Van De Put, die kon rekenen op de steun van de katholieke patroons. Hun zorg was niet alleen het zielenheil van de arbeiders, maar ook een grotere morele disciplinering van het werkvolk. In hun ogen konden retraites bijdragen tot de beheersing van het democratiseringsproces en het behoud van een harmonische samenleving. Al snel werd gezocht naar een manier om de vruchten van de retraites te bestendigen. Een “volhardingswerk” moest de godsvrucht van de oud-retraitanten blijven stimuleren. Dat werd vanaf 1897 de taak van de Bonden van de Vrienden van het Heilig Hart. De naam verwees naar de aloude, maar in de 19de eeuw weer actuele devotie voor het Heilig Hart. In 1899 werd pater Van De Put overgeplaatst naar Lier waar hij opnieuw van start ging met arbeidersretraites en de daaruit groeiende Bonden van de Vrienden van het Heilig Hart. Bij de viering van het tienjarig bestaan van het Lierse retraitehuis in 1909 riep kardinaal Mercier op tot het verenigen van de mannelijke gelovigen in retraitebonden. De oud-retraitanten zouden daarvan de kern vormen. Door hun ijver en vroomheid moesten ze alle mannen van hun parochie aanzetten tot een meer christelijk leven. Zo kregen de Bonden van het Heilig Hart hun definitief karakter en konden ze na de Eerste Wereldoorlog uitgroeien tot misschien wel de eerste massabeweging in Vlaanderen. Ontstaan uit de arbeiderspastoraal waren ze zuiver godsdienstige organisaties die zich ver verwijderd hielden van politieke of sociale actie. Voor de Eerste Wereldoorlog waren de bonden vooral verspreid in het aartsbisdom Mechelen en in Limburg. Pater Van De Put en zijn medewerker pater Hardy hielden zich met de oprichting en begeleiding bezig. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was een goede opvolging onmogelijk. Vele parochies richtten op eigen initiatief een bond op. Daarom werd besloten tot de inrichting van een centraal bestuur – het algemeen secretariaat – niet om het reilen en zeilen van de bonden te bepalen, wel om hen te helpen bij de oprichting, de geestelijke begeleiding van ijveraars, het opstellen van teksten, de verspreiding van affiches enz. In 1922 werden de standregelen van de Bonden opgesteld en gepubliceerd. Het secretariaat werd in Mechelen gevestigd met pater Josephus Hardy als eerste algemeen bestuurder. In 1924 werd hij opgevolgd door pater Meeus die tot aan zijn dood in 1955 de grote bezieler van de beweging werd. Er ontstonden ook gewestelijke secretariaten die de belangen van de Bonden in hun bisdom behartigden. Het algemeen secretariaat startte met de uitgave van een tijdschrift voor de bestuurders, de “Maandelijkse Mededelingen”. Al snel werd het publiek verruimd tot alle ijveraars en in 1930 werd het “Bondsblad” boven de doopvont gehouden, dat onder alle leden kon worden verspreid. Vanaf de jaren 1930 ontstonden er ook (veeleer spontaan) vrouwenbonden, die een even massaal karakter hadden, en trachtte het secretariaat ook de jeugd niet uit het oog te verliezen. Het leven van de bonden speelde zich af in de parochies. Hoewel de Bonden waren opgericht en werden geleid door de jezuïeten, werd de plaatselijke bond bestuurd door de pastoor of onderpastoor en waren de ijveraars er de spil van. Zij kwamen regelmatig samen met het oog op hun eigen spirituele vorming en om het reilen en zeilen van hun bond op te volgen. Zij deden aan ledenwerving, bezorgden bij de leden de maandintentie en gingen na wie van hen trouw de bondsmis bijwoonde. Die gezamenlijke eucharistieviering met communie was de voornaamste activiteit van de bonden. De grootsheid en ingetogenheid ervan moesten andere mannen overtuigen eveneens lid te worden. Men ging ervan uit dat mannen moeilijker tot een persoonlijk geloofsleven konden worden gebracht, maar in groep gemakkelijker tot een meer sacramenteel leven konden komen. Andere belangrijke manifestaties, die door hun vaak massale karakter een grote indruk nalieten, waren de vlaggenwijdingen, de toewijdingen van gemeenten, steden en provincies aan het Heilig Hart en de ijveraarscongressen. Er werden ook bedevaarten en religieuze reizen georganiseerd die een impact hadden op de bezieling van de beweging. De Bond trachtte het leven van zijn leden te beheersen. Bij geboortes werden wenskaarten gegeven, verhuizingen werden waar mogelijk aan de nieuwe parochie doorgegeven, voor overleden bondsleden werden schildjes gemaakt die op het graf konden worden bevestigd. Ook de toewijding van de gezinnen aan het Heilig Hart werd aangemoedigd. ‘Mechelen’ lanceerde daarenboven regelmatig grote acties, zoals “Terug naar de Zondagsmis” in de jaren 1930 en het naoorlogse “Stuur Recht”. Grote affiches, strooibriefjes, brochures enz. moesten bekendheid geven aan deze initiatieven. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de maatschappij snel. De interesse van de burgers voor het devotionele aspect van het geloof deinde weg. In de jaren 1950 ondervond het algemeen bestuur steeds vaker dat de bonden de mensen niet meer op de juiste manier aanspraken. Er werd gestart met een uiterlijke vernieuwing. Dit bleek niet voldoende, zeker niet wanneer het Vaticaans Concilie ook nog eens duidelijk maakte dat er iets roerde binnen en buiten de Kerk. De tijd van de veroverende Kerk leek voorbij. Zij was nu een begeleidende Kerk geworden die zich moest bezinnen over haar plaats en taken in het gewijzigde culturele internationale klimaat. Ook de bonden hebben getracht zich hieraan aan te passen. Stilaan maakten zij de overgang van een actieve massabeweging naar een bezinningsbeweging, terug naar de oorsprong dus: van een groepsgebeuren weer naar een meer individueel gebed. De naam veranderde in “Kerk en Wereld”. Centraal in deze werking staat nu nog steeds het streven naar “Geloof en rechtvaardigheid in Jezus Christus”. Het bezinningsblad bereikt vandaag nog 30.000 gezinnen in Vlaanderen. De kernvraag van de beweging blijft, volgens algemeen bestuurder Philip Debruyne, hoe ze het geloofsleven van de gewone gelovigen in de parochie kan ondersteunen.

Referentie

Gedetermineerd door Bart Hulsmans

Advertenties

Frankrijk: 2 sols 1792 “au faisceau” type François, Lodewijk XVI

Gevonden door Lieven Verstraeten

Materiaal: klokkenbrons

Diameter ( uitgifte ): 36 mm

Gewicht ( uitgifte ): 24 gr

Voorzijde: Buste van Lodewijk met pruik en mantel naar links . Tekst: LOUIS XVI ROI DES FRANÇOIS·1792·?

Keerzijde:  Pijlenbundel gedekt met Frygische muts op eikenkrans met aan de beide zijden de denominatie 2 S, . Tekst: LA NATION LA LOI LE ROI   L’AN 4 DE LA LIBERTÉ

 

LOUIS XVI (MONARQUE CONSTITUTIONNEL) 2 sols dit  au faisceau , type FRANÇOIS 1792 Lille TTB

Lodewijk XVI van Frankrijk

Referentie

Gedetermineerd door Eric Aerts

 

 

 

Denier: Hendrik III, keizer van het Heilige Roomse Rijk

Gevonden door Vandevenne Werner

Materiaal: zilver

Diameter: 18 mm

Gewicht: 1,20 gr

Voorzijde: Gekroond borstbeeld van voren, ter weerszijden hangers(? “Pendilien”…) Linker hand geheven volgens Dengis.

Keerzijde: Een staand zwaard, ter zijde links C en rechts S+, legende bovenaan in het midden beginnend HENRICV retrograde, links onderaan in de juiste richting REX.

Slagplaats: Aken

Periode 1039 – 1046. Dengis geeft hem voor Maastricht 1050-1056.

Keizer Hendrik III

Lit: Ilisch 50.15; Dgs 157

Gedetermineerd door rimidi op DVVL