Berg: 3 Stuber 1803

Gevonden door Peter Peeters

Materiaal: zilver 220 / 1000

Diameter: 22 mm

Gewicht: ?

Voorzijde: Gekroond monogram MJ van Maximiliaan Jozef binnen een versierde krans.

Keerzijde: Centraal in vier regels de tekst III  STUBER 1803 R Tekst: * BERGISCHE LANDMUNZ *

Muntmeester: Peter Rüdesheim 1784 – 1805 

Muntteken: geen ( Dortmund )

Maximiliaan I Jozef van Beieren

Referentie

Referentie

Referentie

Gedetermineerd door Paul Callewaert op BVW

 

 

Eenzijdige penning naar H. Johannes de Doper: eind 13e eeuw – eind 14e eeuw

Materiaal: lood

Diameter: 13 mm

Gewicht: 3 gr

Voorzijde: Binnen een gladde cirkel die een schaal voorstelt, waarop het afgehouwen hoofd van Johannes de Doper ligt.

Keerzijde: Blanco

Datering: z.j. ca. eind 13e eeuw tot einde 14e eeuw.

Aanmaakplaats: z.pl. Onze-Lieve-Vrouw kathedraal van Amiens.

Opmerking: Licht decentrisch gegoten. De juiste functie/datering voor deze penning/insigne is onbekend.

Referentie

Lit: Redgy Dewulf, “Van Amiens tot Stapele” Maandblad voor numismatiek, mei 2017 pag 134-136.

Gedetermineerd door Paul Callewaert

Penning naar H. Johannes de Doper: eind 13e eeuw – eind 14e eeuw

Materiaal: lood

Diameter: 17 mm

Gewicht: 3 gr

Voorzijde: Binnen een gladde cirkel die een schaal voorstelt, waarop het afgehouwen hoofd van Johannes de Doper ligt.

Keerzijde: Binnen een gladde binnencirkel centraal een (passer) punt, gearceerd gietmal-motief.

Datering: z.j. ca. eind 13e eeuw tot einde 14e eeuw.

Aanmaakplaats: z.pl. Onze-Lieve-Vrouw kathedraal van Amiens.

Opmerking: Keerzijde draagt een gearceerd rastermotief vanuit de gietmal. De juiste functie/datering voor deze penning/insigne is onbekend.

Johannes De Doper (Notre-Dame d’ Amiens)

Redgy Dewulf.
“Van Amiens tot Stapele” Maandblad voor numistiek, mei 2017 pag 134-136.
Rigollot, beschrijft in Monnaies inconnues des évêques de innocens, des fous…, Parijs 1837. De penningen van de “Zottenfeesten”. Waarin de zottenpenning nr° 44 in zijn boek, driekwart van de maan is te zien. Het verband van deze jeton met Johannes de Doper enerzijds en met Amiens anderzijds aan te duiden verwees hij naar zijn eenzijdige medaille 44 b.
In onderstaande penningen, betreft dit geen zottengeld maar een pelgrimsteken uit Onze-Lieve-Vrouw kathedraal van Amiens (Picardie). Deze kathedraal behoort samen met de kathedralen van Chartres, Reims en Bourges tot de zuiverste voorbeelden van gotiek.
Pelgrimstekens werden in de middeleeuwen verkocht onder de deuren van die kathedraal, en waren een geldig bewijs dat men de pelgrimstocht naar Amiens had verricht. Evengoed kan hier Johannes de Doper zelf weergegeven zijn onder de vorm van de maan, immers “hij was niet het Licht, maar was er om getuigenis af te leggen van het Licht” (Latijn: “non erat ille lux…”). Vreugdevuren werden in de landelijke gebieden aangestoken tijdens de Sint-Jansnacht (24 juni).
De oorsprong van de pelgrimstocht lag in de inname van Constantinopel (Istanbul) door de kruisvaarders in 1204. De relikwie van het hoofd van Johannes de Doper werd er het jaar daarop gevonden en in 1206 aan de kathedraal van Amiens overgedragen. Alle pelgrim-tekens waren gehouden tegen die relikwie en waren zo op hun beurt ook relikwieën, relikwieën door aanraking (Latijn: a contactu).
De pelgrimtekens van Amiens waren ten noorden van de Seine zeer naar waarde geschat. Er werd zelfs een zilveren munt, een half penny, geslagen met het hoofd van Johannes de Doper er op en met omschrift CAPVT IOHANNIS (Latijn: hoofd van Johannes) te Downpatrick, Noord Ierland onder Jan zonder Land (Muntslag van ca. 1205 tot 1210).
Gezien nogal wat pelgrimtekens werden gevonden in de beddingen van Europese rivieren, heeft men de hypothese gesteld dat het “teken” moest worden weggeworpen aan het einde van de pelgrim-tocht.
De afbeelding op de penningen/insignes staan zeker ook voor de onthoofding van Johannes de Doper door de soldaat van Herodes. Maar men kon dat alles eveneens zien als de slachting van de Onnozele kinderen, die gevierd werd in de kathedraal van Amiens en bij welke gelegenheid er de verkiezing was van een bisschop van de onozelen en zotten. (zie ook hier het topic “Boy-bishop token”)
In de middeleeuwen kon de lezing inderdaad meervoudig zijn door het spel van grafisem en de ludieke geestessprongen, eigen aan de toenmalige mentaliteit. Geen van deze lezingen was onverenigbaar met de andere, op verschillende data van het jaar, voor het heiligdom van Amiens.
Het pelgrimsteken werd het jaar rond verkocht, maar ongetwijfeld meer speciaal op de verjaardagen van die diverse heiligen. Aan de hand van het grafisme en de decors kan men deze stukken dateren in een spanne gaande van eind XIIde tot einde XIVde eeuw.

Referentie

Lit: Redgy Dewulf, “Van Amiens tot Stapele” Maandblad voor numismatiek, mei 2017 pag 134-136.

Gedetermineerd door Paul Callewaert

Voided long cross sterling/penny type Class 5g/h: ca. 1251 – 1272

Gevonden door Bart Nys

Muntheer: Henry III, koning van Engeland,1216 – 1272.

Materiaal: zilver

Diameter: 18 mm

Gewicht: 1,3 gr

Voorzijde: Gekroonde aanziende buste van de koning met geheven scepter in rechter hand. Hand en scepter onderbreken het omschrift. Tekst: : hENRICVS REX  / III’ /, NR in ligatuur

Keerzijde: Lang dubbel kruis het omschrift onderbrekend, in de kwartieren telkens drie bolletjes. Tekst: [REN A]VD – ON L -[VND]?

Datum: z.j. ca. 1251  -1272

Slagplaats: Londen?

longcross-800

Hendrik III van Engeland

Lit: North 997/998; Seaby 1373

Gedetermineerd door rimidi

Rekenpenning Frankrijk, type Kroon, Charles VI, ca. 1380 – 1422.

Gevonden door Philip Coens

Materiaal: koperlegering

Diameter: 24,83 mm

Gewicht: 2,58 gr

Voorzijde: Koningskroon met centrale grote lelie en twee laterale lelies. Decoratie over de breedte door een wieltje tussen twee ringetjes en links en rechts van de kroon een ringetje. Tekst: AVE MARIA : GRACIA PL:

Keerzijde: Gefleureerd recht drievoudig leliekruis met een centraal vierblad, binnen een dubbele vierpas met in de buitenhoeken letters of andere tekens tussen stippen: . A . / . V . / . E . / . (wieltje) . of variant.

rekenpenning-800

Lit: Roelandt, Les Jetons du Moyen Age, blz. 67, No. 325/326 en Mitchiner Volume I, blz. 181-182.

Gedetermineerd door Jan Ooms