Rekenpenning Frankrijk, type “au Dauphin”, Charles V – VI, Vienne of Parijs, ca. 1373 – 1415.

Gevonden door Paul Callewaert

Materiaal: koper

Diameter: 23,6 mm

Gewicht: 5,35 gr

Voorzijde: Dolfijn, gebogen naar links en met buidel in de bek. Tekst: AVE MARIA . GRACIA . PN Interpunctie door enkele parels.

Keerzijde: Drievoudig (triple stranded) recht gefleureerd en gelelied kruis met centraal vierblad. Binnen een dubbele vierpas met bloemen aan de binnenhoeken en letters in de buitenhoeken: * A * / * V * / * E * / * G(of C) *

Opmerkingen: De Dauphiné van de Viennois, of kortweg de Dauphiné, was een graafschap in het zuidoosten van Frankrijk.
Van de eerste helft van de tiende eeuw tot 1349 was het een onafhankelijk graafschap binnen het Heilige Roomse Rijk. Van 1457 tot aan de Franse Revolutie was het een Franse provincie onder de Franse kroon.
Humbert II, de laatste zelfstandige dauphin van Viennois, had alleen een zoon Jean die jong stierf.
Bij gebrek aan een erfgenaam verkocht hij op 30 maart 1349 de Dauphiné met al zijn titels aan de koning van Frankrijk, Filips VI voor 400 000 écus en een jaarlijks pensioen.
Filips VI gaf de titel van “Dauphin” aan zijn oudste zoon, de latere koning Karel V van Frankrijk. Sindsdien is de titel van Dauphin voorbehouden aan de Franse troonopvolger.

Deze Royal jetons met verwijzing naar de provincies, zijn hoofdzakelijk uitgegeven tussen de heroveringen van het Franse leger op de Engelsen in 1373 en anarchie die volgde op de nederlaag in de Slag bij Azincourt in 1415, tijdens de honderdjarige oorlog. In 1382 werd de productie van de au Dauphin jetons verplaatst van Vienne naar Parijs.

De meeste beschreven exemplaren van het type au Dauphin hebben een massa van 2 a 3 gram.
Mitchiner geeft echter aan dat ‘Even at this early period a few unusually thick jetons were beginning to appear’.

rekenpenning-800

Lit: Mitchiner Volume I, blz. 182-184. Roelandt e.a. Les Jetons du Moyen Age, blz. 104, No.616 variant (voorzijde) en 618 (keerzijde)

Gedetermineerd door Jan Ooms

Kelnerpenning: 19e eeuw – 20ste eeuw

Gevonden door Jelle VdVeire

Materiaal: koperlegering

Diameter: 24 mm

Gewicht: 3,6 gr

Voorzijde: 75

Keerzijde: ,iet meer leesbaar

Waarschijnlijk kreeg de kelner bij betaling aan de kassa een penning, bvb eentje van 25(centiem) bij afgifte van 5 frank, een van 50 centiem bij 10 frank etc. Hij ontving dus een percentage van wat hij binnen bracht ( en waarschijnlijk ook geen verder loon ).

gent4-800

Referentie

Gedetermineerd op facebook

Penning op de opening van de internationale tentoonstelling in Hyde Park te Londen op 23 april 1884. Crystal Palace Exhibition.

Gevonden door Martin Van Den Bosch

martin1.2-800-800

Voorzijde

Loden afslag, voorzien van een ophanging-gaatje.

Materiaal: lood ( bestaat ook in brons en zilver-afslag )

Diameter: 45 mm

Gewicht: 34 gr

Voorzijde: Binnen een verhoogde boord de voorstelling tot opening van de tentoonstelling in Crystal Palace. Tussen wijd openstaande deuren een staande dame in Grieks/Romeinse klederdracht, met ontblote borst naar links gewend. In de rechterhand, een sleutel, in de linkerhand, een caduceus. Achter haar de glazen tentoonstellingsruimte met een palmboom. Tentoongestelde industriële technologie stukken. Op de deuren de tekst: (L) INDUSTRY (R) SCIENCE. Aan haar linkervoet, een Corinthishe strijdershelm, aan de rechtervoet, een schaapslam met bloemenkrans.
In de afsnede, de graveur/ontwerper PINCHES

Keerzijde: Blanco

Vervaardigers naar het origineel: J. Pinches & A. Fisch

Datering: 1884

Aanmaakplaats: Londen

De tentoonstelling werd georganiseerd door Prins Albert, Henry Cole, Francis Henry, Charles Dilke en andere leden van de Royal Society for the Encouragement of Arts, Manufactures and Commerce.
Zij organiseerden de tentoonstelling ter viering van moderne industriële technologie en ontwikkeling.
Er zijn geruchten dat de tentoonstelling tevens werd gehouden als reactie op de zeer succesvolle Franse Industriële Expositie van 1844.
Prins Albert, Koningin Victoria’s consort, was een enthousiast promotor van een zelf gefinancierde expeditie.
Voor het organiseren van de tentoonstelling werd de “Royal Commission for the Exhibition of 1851” opgericht.
Zes miljoen mensen, destijds gelijk aan een derde van de gehele Britse bevolking, bezochten de tentoonstelling.
In totaal bracht de tentoonstelling £186.000 op, wat gebruikt werd om het Victoria and Albert Museum, het Science Museum en het Natural History Museum te bouwen.
De Great Exhibition is vandaag de dag een symbool van het victoriaanse tijdperk.

Referentie

Gedetermineerd door Paul Callewaert