Duit: Friesland 1685

Gevonden door Marco Sanders

Materiaal: koper

Diameter: 22 mm

Gewicht: 1,9 gr

Voorzijde: Een leeuwtje tussen twee versieringen, daaronder FRISIA in één regel en het jaartal tussen twee rozetten/bollen. Onder het jaartal een rozet tussen versieringen.

Keerzijde: Gekroond wapen van Friesland met twee gaande leeuwen boven elkaar. Het wapen heeft aan de rand weer versieringen.

 Afbeeldingsresultaat voor wapen van friesland

Wapen van Friesland

Muntmeester: Daniël Valckenier ( 1659 – 1688 )

Muntteken:   leeuwtje

Slagplaats: Leeuwarden

Referentie

Lit: V.131.7 – AvdW.42-47 – PW 6008

Gedetermineerd door Marco Sanders

Dubbele groot, Vierlander: Vlaanderen ca. 1434 – 1447

Gevonden door ?

Muntheer: Philips de Goede 1434 -1467

Materiaal: zilver 479 / 1000

Diameter: 31 mm

Gewicht: 3,16 gr ( bij uitgifte Ca. 3,40 gram dalende naar 2,97 gram in 1466 )

Voorzijde: Binnen een dubbele parelcirkel het wapenschild van Bourgondië met in het hart het wapen van Vlaanderen. Tekst in de buitenbaan: ✠ PhS : DЄI : GRΛ : DVX : BVRG : Ƶ : COMЄS FLΛND wat wil zeggen: Philips bij de gratie Gods, hertog van Bourgondië en graaf van Vlaanderen. Interpunctie van twee ringetjes boven elkaar.

Keerzijde: Binnen een parelcirkel een opengewerkt lang gevoet kruis dat de legende en de parelcirkel onderbreekt met in het center een ruitvormig hart met een lelie, tussen de armen afwisselend een lelie en een klimmende leeuw. Tekst in de buitenbaan: ✠ MONЄT / A : NOVΛ : C / OMITIS : / FLΛND’ wat wil zeggen: Nieuwe munt van het graafschap Vlaanderen. Interpunctie van twee ringetjes boven elkaar.

Datum: z.j. 1434 – 1447

Slagplaats: Brugge of Gent

Slagaantal voor Vlaanderen: 24.156.337

Filips de Goede

Lit: Van Gelder et Hoc 9-2; Vanhoudt H 3; Vanhoudt II 3.BG/GE; J.C. Martiny 123.

Info: De naam vierlander, die betrekking heeft op de zilvermunten verwijst naar de vier provincies of “ vier landen ” waar ze geslagen werden. De vierlander wordt ook met de benamingen van dubbele groot of stuiver aangeduid. Mocht het muntatelier van Namen, zoals oorspronkelijk was voorzien ook deze valuta hebben aangemunt dan zou de benaming “ vijflander ” geweest zijn. De stukken hebben een diameter van om en bij de 29 mm, wegen gemiddeld ca. 3 gr en hebben een zilvergehalte van 479/1000. De beeldenaar op de voorzijde van de munt geeft het wapenschild van de Bourgondische hertog weer en is identiek voor de vier regio’s. Het omschrift kan in twee delen worden opgesplitst. Het eerste deel: ✠ PHS:DEI:GRA:DVX:BVRG wat betekent: Philips, bij de gratie Gods, hertog van Bourgondië en verwijst naar de naam van de muntheer, Philips de Goede. De tweede helft van het omschrift verschilt naargelang het vorstendom waar het muntstuk werd uitgegeven. Hier wordt de titel van Philips de Goede weergegeven volgens de verschillende regio’s: :
BRAB:Z:LIMB (hertog van Brabant en Limburg),
COMES:FLA(ND) (graaf van Vlaanderen),
COM:HANONIE (graaf van Henegouwen)
COM:HOLD:Z: (graaf van Holland).
De beeldenaar van de keerzijde verschilt naargelang de provincie. Hierop staat een lang gevoet kruis afgebeeld met tussen de armen afwisselend een lelie en een klimmende leeuw. In het ruitvormige hart van het kruis, komt een provinciaal symbool voor dat toelaat te achterhalen waar de munt geslagen werd. Voor het hertogdom Brabant een leeuw, voor het graafschap Vlaanderen een lelie, voor het graafschap Holland een rozet en voor het graafschap Henegouwen het monogram H.
Het eerste deel van het omschrift geeft aan dat het om een nieuwe munt gaat:
✠ MONET-A: NOVA ( nieuwe munt ) terwijl het tweede gedeelte opnieuw verwijst naar de provincie waar de munt werd geslagen:
DVC: BR-ABANT (hertogdom Brabant)
C-OMITIS:-FLAND (graafschap Vlaanderen)
V-ALENCE-NENSIS (Valenciennes, graafschap Henegouwen)
COM:HO-LD:Z:ZE (graafschap Holland en Zeeland).

De gewestelijke symbolen en de omschriften zijn de enige elementen die toelaten te achterhalen in welk vorstendom de vierlander werd geslagen. Ondanks het feit dat elk gewest onder het bewind van Philips de Goede over één of meerdere eigen muntateliers beschikte, vindt men op de munten geen enkel muntplaatsteken als verwijzing naar het muntatelier of muntmeesterteken als verwijzing naar de muntmeester. Deze verschenen slechts vanaf zijn opvolger, Karel de Stoute ( 1433-1477 ). Het muntstelsel dat in 1434 onder het bewind van Philips de Goede in voege kwam, onderging slechts geringe wijzigingen tijdens zijn regering. De aanhoudende prijsstijging van het goud leidde tot twee maal toe tot de invoering van een nieuwe goudmunt (de leeuw in 1454 en de Andriesgulden of Bourgondische gulden in 1466). In 1466 werd het zilvergeld gedevalueerd en woog de vierlander nog slechts 2,97 gr.

Gedetermineerd door Paul Callewaert