1/4 ducaton 1751

Gevonden door Mike Creemers

 

 

Materiaal: zilver 873 / 1000

Diameter ( uitgifte ): 28 mm

Gewicht ( uitgifte ): 8,32 gr

Voorzijde: Buste van Maria Theresia met haarlok naar rechts. Tekst: MAR·TH·D:G·R·JMP.G·HUN·BOH·R· Voluit: MAR(ia)•TH(eresia)•D(ei):G(ratia)•R(omanorum)•JMP(eratrix). G(ermaniae)•HUN(gariae)•BOH(emiae)•R(egina)

Keerzijde: Gekroond wapenschild met barokke versiering,  met wapens van Bohemen, Brabant en Milaan. Centraal een schildje met de wapens van Oostenrijk en Bourgondië, dit alles gelegen op een Bourgondisch kruis. Tekst: ARCH·AUS·DUX BURG·BRAB·C·FL· 1751. Boven het jaartal een handje

Ontwerper:  Jacques Roëttiers

Slagplaats: Antwerpen

Slagaantal: ?

Maria Theresia

Referentie

Lit: Nieuwe Vht 816

Gedetermineerd door Mike Creemers

Advertenties

Gouden 20 fr Napoleon III 1854

Gevonden door Patrick Buelens

 

Materiaal: goud 900 / 1000

Diameter: 21 mm

Gewicht: 6,45 gr

Voorzijde: Hoofd naar rechts ( niet gelauwerd ). Tekst: NAPOLEON III EMPEREUR BARRE

Keerzijde: Tussen 2 samengebonden lauriertakken 20 FRANCS 1854. Tekst: EMPIRE FRANCAIS A

Randtekst: DIEU PROTEGE LA FRANCE

Ontwerper: Jean – Jacques Barre

Muntmeesterteken: Hondenkop ( Jean – Jacques Barre 1842 – 1855 )

Slagplaats: A = Parijs

Slagaantal : 23.470.950

Napoleon III

Referentie

Referentie

Gedetermineerd door Eric Aerts

Zakheilige 18e eeuw, 19e eeuw ?

Gevonden door Maurice Adriolo

 

 

Materiaal: ?

Afmetingen: 40 mm / 15 mm en 5 mm dik

Gewicht: 8 gr

Voorzijde: Heilige Jozef met kindje Jezus in de ene arm en een teunisbloem in de andere (dat groot uitsteeksels). Het geheel omringd met een stralenkrans.

Keerzijde:  OLV met kindje Jezus.

Gedetermineerd door Grot Marmot

Liard Reckheim

Gevonden door K de Baere

 

Materiaal: koper

Diameter: 25 mm

Gewicht: 2,34 gr

Voorzijde: Gekroond wapenschild met meerdere kwartieren. Tekst: ERNESTVS. DE. LYNDEN. LIBER (of variant).

1: Een gouden kruis op rood van Lynden.
2: Zwarte horizontale balken op goud van Gouffier ( wapen van zijn vrouw Anne Antoinette Gouffier).
3: R
ood kruis met 4 adelaartjes op goud in ieder vlak van Montmorency.

Keerzijde:  Enkele afzonderlijk afgebeelde wapentjes met daarboven een kroon. Tekst:  BARO. IMPERIALIS. IN. RECKHEIM (of variant), de teksten op voor- en keerzijde vullen elkaar aan, vertaald krijg je dan: Ernest de Lynden, vrije rijksbaron in Reckheim.

  

links: Lynden: een gouden kruis op rood

midden: Gouffier: zwarte balken op goud.

rechts: Rekem: een rode leeuw op goud

Jaartal: zj.

Info: Nabootsing van de liards uit de zuidelijke Nederlanden zoals deze sinds ca.1607 werden geslagen in o.a. Antwerpen, Brussel en Vlaanderen. Nog steeds staan er eigen teksten en wapens op maar het lijkt er op dat men het origineel al zo goed mogelijk probeert na te volgen. Ernestus noemt zich op deze munten nog baron dus zijn ze blijkbaar nog geslagen voor 1620. De tekst begint bij dit type op de zijde met het grote wapenschild.

Referentie

Lit: PL. 267-271 – DM. 128/129

Gedetermineerd door Eric Aerts

 

Duit Kleef: 3 Heller zj. na 1609

Gevonden door Marco Sanders

Materiaal: koper

Diameter: ?

Gewicht: ?

Voorzijde: Een vaak ruw gevormde tulprand met op ‘W’ en ‘M’ gelijkende tulpen. Tekst: DV. CLI VIAE (of variant) in drie regels. Voluit: Ducatus Cliviae, wat betekent: Hertogdom Kleef.

Keerzijde: Een tulprand met daarin een gekroond wapenschild met 6 kwartieren, in de kwartieren de wapens van Kleef, Gulik, Berg, Mark, Ravensberg en Ravenstein.

1=Kleef (karbonkel).
2=Gulik (leeuw naar links).
3=Berg (leeuw naar links, soms met kroontje op).
4=Mark (veld met blokjes).
5=Ravensberg (drie chevrons).
6=Ravenstein (egaal veld (faas)).

Jaartal: zj, na 1609

Muntmeester: Conrad Hoyer

Muntmeesterteken: CH ( niet op deze munt )

Slagplaats: Emmerich

Voorschrift: geslagen volgens bepalingen geldend in het Duitse rijk.

Diameter van deze muntjes is ca. 20 tot 21 mm. en het gewicht varieert tussen de 1,15 en 1,52 gram. Te kleef gingen 56 stubers in een thaler, de stuber was onderverdeeld in 21 heller. Een thaler bestond dus uit 1176 heller, dit muntje was dus 1/392 thaler. Deze drie hellers hebben geen waarde aanduiding in Romeinse cijfers. Zij lijken hierdoor sterk op de Noord-Nederlandse duiten en hebben hier dan ook als zodanig gecirculeerd. In plakkaten van de Staten-Generaal van 27 september 1611, 15 maart 1613 en 2 januari 1617 werden steeds weer de buitenlandse en andere vreemde duiten verboden verklaard. Een exemplaar van dit type is bekend als overslag over een Luikse gigot (type LUI.59 of LUI.61) op naam van Ferdinand van Beieren. Deze gigots van Luik zonder jaartal worden omschreven als geslagen rond 1640. Aangezien deze Kleefse duiten voor die datum geslagen zijn moeten de Luikse gigots van vroeger datum zijn.

Referentie

Lit: Noss 347-353 – dM.7 – Schön 1

Gedetermineerd door Eric Aerts