Merovingische gesp: type enkelvoudige lus, D – vormig 6e eeuw

Gevonden door Tom Verschueren

tom v1-800 tom v1.1-800

Materiaal: brons

Afmetingen: 10 mm / 15 mm

Gewicht: 1,47 gr

Gedetermineerd door Jean Pierre Parent

Sceatta, stekelvarken/standaard type, ook porcupine – type genoemd: ca. 720 – 740

Gevonden door Peter Peeters

Muntheer: Continentale oorsprong .

Materiaal: zilver

Diameter: 12 mm

Gewicht: 0,9 gr

Voorzijde: Gestileerd/gedegenereerd stekelvarken. Tekst: Anepigrafisch

Keerzijde: Gepareld vierkant/standaard waarin (pseudo) runen tekens rondom een O met middenstip… Tekst: Anepigrafisch

Datum: z.j. ca. 720 – 740

Slagplaats: Algemeen ” het gebied van de grote rivieren “, delta Rijn – Maas.

Opmerking van Wybrand Op den Velde: Dit is een sceatta van de primaire fase, type G. De keerzijde is het duidelijkst, de voorzijde is flink gedecentreerd geslagen, zodat de kenmerkende stekels buiten het muntplaatje vallen. Vanwege de matige conservatie is het sub-type niet met zekerheid vast te stellen, maar het lijkt mij G1. Het gewicht is relatief laag voor een type G, maar dat kan komen door de niet geringe slijtage en corrosie.

peter1-800

Lit: JKNGMP 2009/2010, p. 463 e.v.; BMC type 4-5; Metcalf variant G

Gedetermineerd door rimidi en Wybrand Op den Velde

Tremissis, oude naam triens: ca. 620 – 640

Gevonden door William Posthouwer

Muntheer: Merovingers uit de regio Maine et Loire.

Materiaal: goud

Diameter: 12 mm

Gewicht: 1,2 gr

Voorzijde: Buste met diadeem naar links, met op de borst een kruisje(?). Tekst beginnende op 7 uur: ANDECAVIS

Keerzijde: Kort kruis met onderaan twee parels op een trede(?), bovenaan getopt door een anker, in de kwartieren telkens een parel. Tekst beginnende op 7 uur: SVͶͶE[GA MN ?] of SVͶͶE[GESIL?].

Monetarius: Sunnega?, ook werkzaam geweest in Le Puy, Haute-Loire of Sunnegesil?, ook werkzaam geweest in Maisey-le-Duc, Côte-d’Or.

Datum: 620 – 640

Slagplaats: Omgeving Angers

Lit: G Depeyrot tome III, p 11.

Gedetermineerd door rimidi

Opmerking van Arent Pol:

Deze tremissis (let op: dit is het enkelvoud, tremisses is meervoud) is geslagen in Andecavis, het huidige Angers onder verantwoordelijkheid van een monetarius die waarschijnlijk Sunnegisilus heette; de laatste letter in het door mij gereconstrueerde keerzijde-omschrift betreft (afgekorte) aanduiding van diens functie – het is niet zeker dat die letter M (die op zoveel andere tremisses voorkomt) ook hier aanwezig is, maar me dunkt dat er net plaats voor is. Gezien het goudgehalte van ca. 75% vermoed ik dat dit stuk geslagen is rond 625 (plus/min 10 jaar); dit behelst een grove schatting.

Deze monetarius is nog niet eerder gesignaleerd in Angers, dus dit is een eerste exemplaar van dit type en staat daarom ook niet beschreven in de oude standaardwerken van Prou (1892) en Belfort (1892-1895).

Sceatta: ” Wodan monster ” Series H var. 4, type 49, ca 710 – 750

Muntheer: Anglo-Saxon, secondary sceatta

Materiaal: zilver

Diameter: 12 mm

Gewicht: 0,75 gr

Voorzijde: In een parelkrans een “Wodan” hoofd frontaal, rondom zeven cirkels met middenstip met telkens een parel tussen, behalve onderaan, daar drie parels. Tekst: Anepigrafisch

Keerzijde: Een gestileerde vogel naar rechts, twee cirkels met middenstip en een parel in het veld. Tekst: Anepigrafisch

Datum: z.j. ca. 710 – 750 n. Chr.

Slagplaats: Ribe? Hamwic?

peter-800

Referentie

Lit: Cf. Hamwic 76-7; Abramson 48.720720; cf. SCBI 63 (BM), 464; cf. SCBI 69 (Abramson), 362; North 103/108; SCBC 801A/806

Gedetermineerd door rimidi