Sceatta “Continentaal Runentype” 7de / 8ste eeuw

Gevonden door Mark Volleberg

 

Materiaal: zilver

Diameter: 11 mm

Gewicht: 1,11 gr

Periode: ca. 695-710

Referentie

Gedetermineerd door Mark Volleberg

Advertenties

Pseudo tremissis van Dorestad ( type Madelinus )

Gevonden door Mark Volleberg

 

 

Materiaal: goud

Diameter:

Gewicht:

Voorzijde: Tekst: DORESTAT FIT

Keerzijde: (christelijk) kruis. Tekst: MADELINUS M (Madelinus monetarius)

Madelinus was een Maastrichts muntmeester die later in Dorestad ging werken. Muntmeester Madelinus was oorspronkelijk werkzaam in Maastricht. In deze stad werden kort voor 600 reeds munten geslagen. In een schatvondst van Escharen (datering rond 600) bevinden zich al munten uit deze plaats. Ook de goudschat van Wieuwerd bevat munten uit Maastricht. De muntslag lijkt er rond het midden van de 7de eeuw op te houden, terwijl die in Dorestad juist rond 635-640 begint. Dat kan samenhangen met het toenemende belang van de Rijn als handelsroute. De Madelinus-munten van Dorestad behoren tot de meest voorkomende Merovingische munten. Ze zijn in de loop der tijd nagemaakt, vooral in het gebied dat beheerst werd door de Friezen. Daarbij nam het goudgehalte voortdurend af. Vanaf ca. 670 werden in de meeste muntplaatsen alleen nog maar zilveren munten geslagen. In navolging van de bekende Romeinse munt werden deze denarius genoemd. Zilveren munten

Referentie

Gedetermineerd door Mark Volleberg en Eric Aerts

Tremissis 6e eeuw

Gevonden door Mark Volleberg

Materiaal: goud 940 / 1000

Diameter: 13 mm

Gewicht: 1,238 gr

mark3-800

Stukje uit de mail van Arent van der Pol die onderzoek doet naar het verspreidingsgebied.

Hartelijk dank voor deze interessante melding! Dit is een tremissis van de Franken, naar alle waarschijnlijkheid geslagen in Bonn, in ieder geval net vóór 600. Op de voor- en keerzijde staan de in de 6e eeuw gebruikelijke kop (oorspronkelijk de byzantijnse keizer) en een aanziende gevleugelde figuur met lauwerkransje en kruisglobe (die wordt geïnterpreteerd als een Victoria, de van oorsprong romeinse overwinningsgodin). Ca 580-590 wordt in het Frankische muntwezen een hervorming doorgevoerd waarbij naast aanpassing van gewicht en gehalte ook de beeldenaars en omschriften veranderen: op de keerzijde verdwijnt de Victoria ten gunste van een kruis en verschijnen in plaats van de keizersnaam enzovoort de namen van muntplaats en monetarius. Jouw verse vondst behoort tot een overgangs-type, dat wil zeggen hier zijn de oude afbeeldingen gecombineerd met de nieuwe omschriften. Op de keerzijde staat BON COLVNIA CITIVA–S, de voorzijde kan (in omgekeerde richting) gelezen worden als DAOHO–MARI en dit is misschien een verbasterde weergave van RAVCHOMARE. Een monetarius van die naam (en uit ongeveer dezelfde tijd) is bekend uit Keulen, en het lijkt niet onmogelijk dat we hier van doen hebben met dezelfde persoon die in twee verschillende muntplaatsen heeft gewerkt (zie bijv. ook Madelinus die eerst in Maastricht en daarna in Dorestat aktief was).
Voor mijn alomvattende studie van de merovingische munten uit Benelux, Duitsland en Engeland heb ik in de afgelopen decennia veel vindplaatsen kunnen registreren. Dat is van belang om zicht te krijgen op het verspreidingsgebied, de streken waar een bepaald type circuleerde. Graag verneem ik daarom van jou ook nog waar je dit stuk hebt gevonden. Bovendien zou ik graag de gelegenheid krijgen het gehalte ervan te bepalen (dat gegeven is van groot belang voor een beter begrip van de chronologie van het type): kun je de munt een keer (aangetekend) opsturen, danwel er zelf mee langskomen in Leiden? Een andere mogelijkheid is een bekende en vertrouwde koerier zoeken om mee heen/terug te geven (ik heb daarvoor diverse contactpunten tot m’n beschikking, maar om gericht iemand te kunnen benaderen moet ik weten in welke buurt het muntje nu zit: laat me even je woonplaats weten svp).
Met beste groet,
Arent Pol