Bekkensnijder gemaakt van een duit van Gelderland

Gevonden door Filip Behiels

 

Materiaal: koper

Diameter: 21,6 mm

Gewicht: 1,92 gr

Bekkesnijden was een vechtspel dat voor de kroeg in zekere mate van dronkenschap werd gehouden. Je kon het met een mes spelen, maar ook met een verzaagd muntje. Het was de kunst de tegenstander er zo snel mogelijk tot bloedens toe mee te verwonden in het gezicht.
Er zijn tijden geweest dat bedreven bekkensnijders met veel littekens in het gezicht als held werden gezien. Ze maakten zich populair bij de dames. Het spel werd in de zeventiende eeuw verboden. Tot in de achttiende eeuw werd het stiekem gespeeld.
De verzaagde muntjes voor het bekkesnijden zijn meestal van koper en hebben geen gat. Daarom weet het Landbouwmuseum dat de vondst uit Achlum toch echt een tongblaarschraper moet zijn geweest.

Referentie

Gedetermineerd door Eric Aerts

Advertenties

Bekkensnijder gemaakt van een duit van Zeeland

Gevonden door Filip Behiels

 

Materiaal: koper

Diameter: 21,2 mm

Gewicht: 1,66 gr

Bekkesnijden was een vechtspel dat voor de kroeg in zekere mate van dronkenschap werd gehouden. Je kon het met een mes spelen, maar ook met een verzaagd muntje. Het was de kunst de tegenstander er zo snel mogelijk tot bloedens toe mee te verwonden in het gezicht.
Er zijn tijden geweest dat bedreven bekkensnijders met veel littekens in het gezicht als held werden gezien. Ze maakten zich populair bij de dames. Het spel werd in de zeventiende eeuw verboden. Tot in de achttiende eeuw werd het stiekem gespeeld.
De verzaagde muntjes voor het bekkesnijden zijn meestal van koper en hebben geen gat. Daarom weet het Landbouwmuseum dat de vondst uit Achlum toch echt een tongblaarschraper moet zijn geweest.

Referentie

Gedetermineerd door Eric Aerts

 

 

Fragment van een zilveren oorijzer

Gevonden door Mike Creemers

 

Materiaal: zilver

Afmetingen: 17 mm / 7 mm

Gewicht: 2,05 gr

Het oorijzer is een onderdeel van de klederdracht voor vrouwen in met name de noordelijke provincies van Nederland en Zeeland. Het vormde oorspronkelijk een onderdeel van de burgerdracht, dat in de streekdrachten is overgenomen. Aanvankelijk was het oorijzer een metalen beugel om de mutsen op hun plaats te houden. Het werd over een ondermuts gedragen en een luxueuze bovenmuts werd er op vastgezet. In de loop der tijd groeide het oorijzer uit tot een pronkstuk. Aan de voorzijde van de oorijzers staken versierde gouden plaatjes of krullen uit.In de Scheveningse klederdracht wordt de term hoofdijzer gebruikt. De versieringen zitten in dat geval boven het voorhoofd.

mike5

Referentie

Gedetermineerd door Mike Creemers