Stuiver Brugge 1680

Gevonden door Dominique Steuckers

 

Materiaal: biljoen ( zilver 240 / 1000 )

Diameter: 22 mm

Gewicht: 1,2 gr

Voorzijde: Stokkenkruis eindigend op vuurijzers, met lelie in het midden. Tekst: CAR(L).II.D.G.REX.HIS.INDIA.Zc / lelie

Keerzijde: Gekroond wapenschild tussen het jaartal 16 / 80. Tekst: ARCH.AVS.DVX.BVRG.CO.FL(AN) 16 / 80

Muntteken: lelie

Slagplaats: Brugge

Slagaantal: 05/06/76 – 15/03/83 = 1.503.654

Karel II van Spanje

Referentie

Lit: Nieuwe Vanhoudt 700 BG

Gedetermineerd door Eric Aerts

Advertenties

Brugs zegel 17e eeuw – 18e eeuw

Gevonden door Brynckminator Brynckminator

 

Materiaal: lood

Diameter: 25,85 mm

Gewicht: 6,45 gr

Dit type heb ik nog niet gezien. Het is inderdaad een loden Brugs zegel met op een zijde de Brugse ‘beer’. Stilistisch gezien zou ik het inde 17de of 18de eeuw dateren. Uit de afbeelding kan ik echter niet opmaken of het een scharnierzegel is dan wel een pijpzegel of een tweepuntzegel.

Gedetermineerd door Raf Van Laere

Arendschelling van 6 stuiver Kampen 1675

Gevonden door Dominique Steuckers

Materiaal: zilver 583 / 1000

Diameter: 28 mm

Gewicht: 4,1 gr

Voorzijde: Gesplitst jaartal ter weerszijden van het wapen 16 / 75. Tekst: MO°ARG/IMPER/CIVITA/CAMPEN Voluit: Moneta argentea Imperialis civitatis Campen, wat betekent:  Zilveren munt van de Rijksstad Kampen.

Keerzijde: Gekroonde tweekoppige adelaar. Tekst: LEOP.IGN.D.G.ELEC.RO.IMP.SEM.AVG Voluit:  Leopoldus Ignatius dei gratia electus Romanorum imperator semper Augustus, wat betekent: Leopold Ignaas, bij de gratie Gods Rooms keizer-select, te allen tijd vergroter van het Rijk.

Muntmeester: Johan van Ham 1664-1675

Muntmeesterteken: Morenkop

Slagplaats: Kampen

Keizer Leopold I

Lit: Verkade 165.4; J.C. van der Wis & Passon 2.30.68.

Gedetermineerd door Paul Callewaert

Liard Reckheim

Gevonden door K de Baere

 

Materiaal: koper

Diameter: 25 mm

Gewicht: 2,34 gr

Voorzijde: Gekroond wapenschild met meerdere kwartieren. Tekst: ERNESTVS. DE. LYNDEN. LIBER (of variant).

1: Een gouden kruis op rood van Lynden.
2: Zwarte horizontale balken op goud van Gouffier ( wapen van zijn vrouw Anne Antoinette Gouffier).
3: R
ood kruis met 4 adelaartjes op goud in ieder vlak van Montmorency.

Keerzijde:  Enkele afzonderlijk afgebeelde wapentjes met daarboven een kroon. Tekst:  BARO. IMPERIALIS. IN. RECKHEIM (of variant), de teksten op voor- en keerzijde vullen elkaar aan, vertaald krijg je dan: Ernest de Lynden, vrije rijksbaron in Reckheim.

  

links: Lynden: een gouden kruis op rood

midden: Gouffier: zwarte balken op goud.

rechts: Rekem: een rode leeuw op goud

Jaartal: zj.

Info: Nabootsing van de liards uit de zuidelijke Nederlanden zoals deze sinds ca.1607 werden geslagen in o.a. Antwerpen, Brussel en Vlaanderen. Nog steeds staan er eigen teksten en wapens op maar het lijkt er op dat men het origineel al zo goed mogelijk probeert na te volgen. Ernestus noemt zich op deze munten nog baron dus zijn ze blijkbaar nog geslagen voor 1620. De tekst begint bij dit type op de zijde met het grote wapenschild.

Referentie

Lit: PL. 267-271 – DM. 128/129

Gedetermineerd door Eric Aerts

 

Duit Kleef: 3 Heller zj. na 1609

Gevonden door Marco Sanders

Materiaal: koper

Diameter: ?

Gewicht: ?

Voorzijde: Een vaak ruw gevormde tulprand met op ‘W’ en ‘M’ gelijkende tulpen. Tekst: DV. CLI VIAE (of variant) in drie regels. Voluit: Ducatus Cliviae, wat betekent: Hertogdom Kleef.

Keerzijde: Een tulprand met daarin een gekroond wapenschild met 6 kwartieren, in de kwartieren de wapens van Kleef, Gulik, Berg, Mark, Ravensberg en Ravenstein.

1=Kleef (karbonkel).
2=Gulik (leeuw naar links).
3=Berg (leeuw naar links, soms met kroontje op).
4=Mark (veld met blokjes).
5=Ravensberg (drie chevrons).
6=Ravenstein (egaal veld (faas)).

Jaartal: zj, na 1609

Muntmeester: Conrad Hoyer

Muntmeesterteken: CH ( niet op deze munt )

Slagplaats: Emmerich

Voorschrift: geslagen volgens bepalingen geldend in het Duitse rijk.

Diameter van deze muntjes is ca. 20 tot 21 mm. en het gewicht varieert tussen de 1,15 en 1,52 gram. Te kleef gingen 56 stubers in een thaler, de stuber was onderverdeeld in 21 heller. Een thaler bestond dus uit 1176 heller, dit muntje was dus 1/392 thaler. Deze drie hellers hebben geen waarde aanduiding in Romeinse cijfers. Zij lijken hierdoor sterk op de Noord-Nederlandse duiten en hebben hier dan ook als zodanig gecirculeerd. In plakkaten van de Staten-Generaal van 27 september 1611, 15 maart 1613 en 2 januari 1617 werden steeds weer de buitenlandse en andere vreemde duiten verboden verklaard. Een exemplaar van dit type is bekend als overslag over een Luikse gigot (type LUI.59 of LUI.61) op naam van Ferdinand van Beieren. Deze gigots van Luik zonder jaartal worden omschreven als geslagen rond 1640. Aangezien deze Kleefse duiten voor die datum geslagen zijn moeten de Luikse gigots van vroeger datum zijn.

Referentie

Lit: Noss 347-353 – dM.7 – Schön 1

Gedetermineerd door Eric Aerts

Muntgewicht voor 1/4 of 1/8 ecu 17e eeuw

Gevonden door Raoul Schauwaert

 

Materiaal: messing

Afmetingen: ?

Gewicht: ?

Maker: Peeter Herck II

Initialen: P H

Voorzijde:  Leliekruis met de letters KDCV: dit is de afkorting ‘kardeku’ oftewel quart d’Ecu (1/4 Ecu zilver).
Twee mogelijkheden:
 * 1/4 Ecu – (1577 – 1610) – zilver – 9,71 g
 * 1/4 Ecu – (1610 – 1649) – zilver – 9,56 g
Maar omdat de massa van het muntgewicht niet wordt vermeld is het ook mogelijk dat het om een 1/8 Ecu gaat:
 * 1/8 Ecu – (1577 – 1610) – zilver – 4,86 g
 * 1/8 Ecu – (1610 – 1650) – zilver – 4,78 g
Keerzijde: Parels – cirkel – vuurstaal – kroon – hamer – hand
Gedetermineerd door Ritzo Holtman