Duit van Kleef 1696

Gevonden door Eric Aerts

 

Materiaal: koper

Diameter: 17mm

Gewicht: 2 gram

Voorzijde: DVC CLIV IAE (jaartal) in twee regels omgeven door versieringen.

Keerzijde: gekroond wapen van Kleef, vastgehouden door 2 leeuwen. Onder het wapen is een versiering aangebracht.

Wapen van Kleef Afbeeldingsresultaat voor wapen van kleef

Munt onder Friedrich II von Brandenburg, hertog van Kleef 1688-1701.

Referentie

Lit: dM.10 – Schön 8

Gedetermineerd door Eric Aerts

Advertenties

Oord van Maastricht 1614

Gevonden door Eric Aerts

 

Materiaal: koper

Diameter: 25mm

Gewicht:2 gram

Voorzijde: Gekroond Spaans wapenschild tussen twee sterren. Tekst:  ALBERTVS. ET. ELISABET. D:G. (of variant), dit is voluit: Albertus et Elisabeth Dei gratia en betekent: Albertus en Elisabeth, bij Gods gratie (de tekst gaat op de keerzijde verder).

Keerzijde: Wapen van Maastricht (ster) gelegen op een gekroond en scheef geplaatst stokkenkruis. Onder aan het schildje hangt het teken van de orde van het gulden vlies en aan weerszijden staat het jaartal. Tekst: (ster) ARCHIDVCES. AVST. DVCES. BVRG. ET. B (of variant), dit is voluit: Archiduces Austria duces Burgundie et Brabant. Dit betekent: aartshertogen van Oostenrijk, hertogen van Bourgondië en Brabant.

Op de Maastrichtse koperen munten van Albertus en Isabella komen 2 verschillende wapenschilden voor:

Wapen 1:

1 = Oostenrijk (Zilveren faas).
2 = Bourgondië (3 schuine balken in blauw en goud).
3 = Leeuw van Brabant.

Wapen 2:

1 = Hongarije (3 dwarsbalken).
2 = Bohemen (Leeuw).
3 = Castilië (Kasteel).
4 = Leon (Leeuw met gouden kroon).
5 = Sicilië (Bestaat uit de 4 rode palen van Aragon en de adelaar van Hohenstaufen).
6 = Portugal (5 blauwe schildjes in een rand van 7 gouden kasteeltjes).
7 = Oostenrijk (Zilveren faas).
8 = Bourgondië (3 schuine balken in blauw en goud).
9 = Valois (3 Lelies).
10 = Brabant (Gouden leeuw).
11 = Vlaanderen (Zwarte leeuw).
12 = Tirol (Rode adelaar).

Slagplaats: Maastricht

Muntmeester: Adam Dries alias Driesch (7 januari 1611 aangesteld ) 1611 – 1616

Muntteken: Ster ( Normaal is de ster van Maastricht zo geplaatst dat 1 punt omhoog wijst en de ster als het ware staat op 2 punten )

Slagaantal: Periode 7 januari 1611 t/m 21 juni 1614 ca. 6.421.312 stuks. Periode 21 juni 1614 t/m 13 april 1616 ca. 4.513.536 stuks.

Referentie

Lit: GH.298 – PW 9311 – AvK.22

Gedetermineerd door Eric Aerts

 

 

Bezemstuiver Friesland 1619

Gevonden door Philip De Busscher

Materiaal: zilver 333 / 1000

Diameter: 22 mm

Gewicht ( uitgifte 1,32 gr ): 1,06 gr

Voorzijde: Bladerkrans met daarin in drie regels:  FRI / SIA / 1619

Keerzijde:  Bladerkrans met daarin een pijlenbundel met 7 pijlen. Aan weerszijden daarvan: 1 / S ( De pijlenbundel met zeven pijlen, staat voor de zeven provincies van Holland. )

Slagplaats: Leeuwarden

Muntmeester: Jurriaan van Vierssen 1616 – 1643

Oplage: 50.000

Gedetermineerd door Paul Callewaert

Heilighangertje 17e eeuw

Gevonden door Mario Raeymaekers

 

Materiaal: ?

Afmetingen: ?

Gewicht: ?

Aan de voorkant de stigmatisering van Sint-Franciscus. Sint-Franciscus – waarnaar de huidige paus zich noemt – ontvangt de wonden van Christus, vandaar de vijf stralen naar zijn handen, zijn voeten en zijn borst. Voor hem zit iemand die hem iets aanbiedt. Op de achterkant Onze-Lieve-Vrouw met het kindje Jezus met links en rechts een geknielde engel met een kaars

Gedetermineerd door Rombout Nijssen en de periode door John Kuipers

Rijderschelling van 6 stuiver Overijsel 1691

Gevonden door Chielens Laurens

 

 

Materiaal: zilver 583 / 1000

Diameter: 30 mm

Gewicht: 4,73

Voorzijde: Gekroond provinciewapen. Gesplitste waardeaanduidingen ter weerszijden van het wapen 6 / S. Jaartal 1691 tussen de fleurons van de kroon. Tekst: MO.NO.ARGEN.ORD.TRANS

Keerzijde: Geharnaste ridder met sjerp om, en met geheven zwaard in de rechterhand,
gezeten op een naar rechts galopperend paard. Tekst: CONCORDIA.RES.PARVAE.CRESCVNT.

Muntmeesterteken:  Rozet ( meerdere varianten bekend )

Muntmeester:  Dirk van Romondt sr. 1675-1702

Muntheer: Provincie Overijsel

Slagplaats: Kampen

Lit: Verkade 142.5; JC van der Wis Overijssel 2.38.96.

Gedermineerd door Paul Callewaert

Gigot ( duit ) Gronsveld z.j.

Gevonden door Eric Aerts

 

Materiaal: koper

Diameter: 20 mm

Gewicht: 2 gr

Voorzijde: FSRI CABI G (of variant). Dit is een zeer sterke afkorting van de naam en titels van Jan Frans van Bronckhorst en de muntplaats. Voluit kan bedoeld zijn: Franciscus, sacra Romani Imperi comes ad Bronckhorst in Gronsvelt, en kan betekenen: Frans van Bronckhorst, graaf van Gronsveld in het heilige roomse rijk.

Keerzijde: Gekroond wapenschild, al dan niet met versieringen, met in het schild twee naar elkaar toe gewende leeuwen (imitatie Gelderland).

Wapen Gronsveld ( imitatie Gelderland ) 

Muntmeesters: Peter van Bossenhoven:  1560-1564

Herman Leibert : 1615 – ?

Johan Hauser: 1656 – 1658

Slagplaats: in het graafschap zelf op het kasteel Gronsveld

Het voormalige graafschap Gronsveld is gelegen aan de rechteroever van de Maas in de gemeente Eijsden, een paar kilometer boven Maastricht. De munten van Gronsveld werden geslagen in het graafschap zelf op het kasteel Gronsveld. Een hoeve in de buurt had nog lange tijd daarna de naam Muntenhof.

 

Referentie

Lit: Lucas 150-152 – PW 9128

Gedetermineerd door Eric Aerts

Duit Zutphen 1687

Gevonden door Eric Aerts

 

 

Materiaal: koper

Diameter: 20 mm

Gewicht:  2 gr

Voorzijde: Een vierbogige versiering (vierpas) met daarin de tekst CIV ZVTPHA NIA (of variant) in drie regels. Dit is voluit: civitas Zutphania, en betekent: stad Zutphen.

Keerzijde: Gekroond stadswapen, vastgehouden door twee leeuwen. De laatste twee cijfers van het jaartal staan tussen de kroon boven het wapen of onder het wapenschild.

Wapen van Zutphen Afbeeldingsresultaat voor stadswapen zutphen

Op de duiten zonder jaar (ca. 1604-1605) komt als wapen een staande Gelderse leeuw voor die soms wel en soms geen kroontje draagt. In de periode 1687-1692 wordt er een gekroond en horizontaal gedeeld wapenschild afgebeeld met in het bovenste kwartier een Gelderse leeuw en het onderste een ankerkruis. Dit wapenschild wordt vastgehouden door 2 leeuwen.

Muntmeester: Herman van Baijen 1686 – 1692

“Net als Deventer en Nijmegen leek het ook Zutphen wel winstgevender om weer munten te gaan slaan in plaats van de jaarlijkse compensatie van 2000 gulden te ontvangen. Het munthuis werd ingericht in een huis op de Niewstad bij het gasthuis. Herman van Baijen werd als muntmeester aangenomen en Johan Sluyter als stempelsnijder. Geslagen werden in deze periode: leeuwendaalders, daalders van 30 stuiver, florijnen van 28 stuiver, drieguldenstukken, guldens, tienstuiverstukken, ruiterschellingen en koperen duiten. In 1692 werd het munthuis na onderhandelingen echter toch weer gesloten en ditmaal voorgoed”

Het was dus strikt gesproken Zutphens muntrecht, maar de muntsoorten waren door de Staten voorgeschrevn. Het is dus de vraag, of dit stadsgeld genoemd mag worden.. de meeste stadsbesturen hadden anno 1687 hun zelfstandig muntrecht al lang opgegeven voor die 2000 guldens afkoopsom, Zutphen dus niet, tot 1692.. Strikt gesproken is dit dus Zuphens geld. Maar deze munt (duit) is evenals de andere munten geslagen naar voorschrift van de Staten. Zutphen kon zich niet permitteren, om echte Zutphense munten uit te brengen, zoals Albus en Witpenning. Het enige wat dit een “munt van Zutphen” maakt, is de vermelding van de naam “Zutphania”.

Referentie

Lit: V.27.6 – BvB.25/25A/25B/25Bbis – Purmer 1903

Gedetermineerd door Eric Aerts